Beleid
Uitgelicht

Home » Beleid » Financiering thuisverpleging

Financiering thuisverpleging

2022 was een jaar met buitengewoon hoge inflatie. En ook in de thuisverpleging heeft deze hard toegeslagen. Op 1 januari 2022 werd een indexering van 0,79% van de honoraria, de belangrijkste inkomstenbron van een thuisverpleegkundige organisatie, toegekend. De lonen daarentegen werden doorheen het jaar maar liefst zes keer geïndexeerd met 2%, dat betekent dat de loonkost torenhoog steeg ten opzichte van de inkomsten. Mede door deze index-gap bleek meer dan ooit dat de RIZIV-vergoedingen uit de honoraria ontoereikend zijn om alle kosten gerelateerd aan de thuisverpleegkundige zorg te dekken.

Doorheen het jaar werd er vanuit de thuisverpleegkundigen meermaals aan de alarmbel getrokken en werd een duidelijke oproep gelanceerd naar extra budgettaire maatregelen om het jaar, gekenmerkt door ongeziene inflatie, te overbruggen. Een eerste belangrijke maatregel was een extra lineaire indexering van de honoraria op 1 juni 2022. Daarnaast werden zowel vanuit het RIZIV als vanuit de kamer thuisverpleging extra middelen ingezet.

Zo werden een extra premie toegekend voor de volledig geconventioneerde zorgverstrekker, werd de vergoeding “specifieke kosten diensten thuisverpleging” verhoogd en werden er ongebruikte saldo’s uit het zorgpersoneelsfonds toegekend. Tot slot heeft ook de vermindering van de patronale bijdragen in het eerste en tweede kwartaal 2023 een relevante bijdrage geleverd. Het heeft het grote tekort dat ontstond in 2022, en ook in 2023 zal blijven bestaan, gedeeltelijk gecompenseerd. Heel wat reservemiddelen moeten aangesproken worden om deze tekorten aan te vullen. Er blijft dus nood aan structurele maatregelen zoals een aangepaste indexering van de honoraria en een fundamentele herziening van de financiering in de thuisverpleging.